Broedplaatsonderzoek – Samenvatting

In het jaar 982 werd de Viking Erik de Rode voor drie jaar van IJsland verbannen nadat hij zijn buurman had vermoord. Hij bracht die tijd door met het verkennen van de kusten van Groenland. Na zijn verbanning ging hij terug naar IJsland, vertelde van de grazige weiden die hij had aangetroffen op wat hij – om marketingredenen – ‘Groenland’ noemde. Hij vond voldoende avonturiers en koloniseerde met 300 mensen het eiland. En ze namen hun vertrouwde levensstijl die gebaseerd was op landbouw, veeteelt en jacht mee. Dat ging in eerste instantie goed vanwege relatief gematigde omstandigheden maar toen brak de kleine ijstijd aan. De weiden ontdooiden niet meer. Hoewel er voldoende voedsel te vinden was in de fjorden waar de inheemse Inuit hun vis vingen bleven de Vikingen vasthouden aan landbouw, veeteelt en jacht. Na 1400 werd niets meer van ze vernomen.[1]

Verandering is een weerbarstige conditie. Er bestaat van nature een spanningsveld tussen de energie die moet worden aangewend om het bestaande te handhaven en de energie die moet worden benut om voorbereid te zijn op mogelijke toekomstscenario’s. Niet alleen omdat het om iets nieuws gaat, vaak ook omdat het een desinvestering inhoudt. De Vikingen hadden eeuwen geïnvesteerd in een uitgekiende manier van overleven op Groenland, met succes. Wie had hen kunnen overtuigen daar afstand van te doen en van de Inuit te leren om vis te eten?

Hoe moeilijk het is om je nu al bezig te houden met mogelijk toekomstige problemen hebben we zelf in veel recentere tijden in Nederland ervaren met de watersnood van 1953. Al vanaf 1937 waarschuwde ingenieur Johan van Veen in diverse publicaties voor de te lage dijken in Zuidwest Nederland. En hij ontwikkelde een plan. Hoewel talloze onderzoeken zijn waarschuwingen bevestigden, bleef zijn plan in de la liggen. Maar toen de dijken eenmaal daadwerkelijk doorbraken kon Nederland onmiddellijk reageren: het plan van Van Veen – de Deltawerken – lag immers uitgewerkt in de la[2].

Het versterken van de maatschappij door haar te vernieuwen en daar een beperkte hoeveelheid middelen voor aan te wenden, is een van de typische functies van broedplaatsen. Zij dragen bij aan het aanpassingsvermogen van de samenleving. Een samenleving heeft basisprocessen nodig om stabiel te kunnen functioneren. Tegelijkertijd is een duurzame samenleving afhankelijk van haar aanpassingsvermogen. Er zijn plekken nodig waar de oplossingen voor de problemen van morgen alvast worden ontwikkeld en uitgeprobeerd.

Fundamentele broedplaatsen zijn plekken waar vernieuwing en experimenten actief worden opgezocht. Een wezenlijk kenmerk van dergelijke broedplaatsen is de symbiose tussen vernieuwen en het tegelijkertijd zelf doorleven van die vernieuwing: er wordt gewerkt aan vernieuwende ideeën of technologieën, ze worden gelijk in de eigen praktijk toegepast, getest en doorontwikkeld. Door die combinatie vormen deze broedplaatsen een grote uitdaging, voor zichzelf, voor hun omgeving en voor de democratische samenleving waar zij onderdeel van uitmaken. Want broedplaatsen vereisen maatwerk-beleid.

De impact en noodzaak van fundamentele broedplaatsen zijn reden om er beleid voor te maken. Maar broedplaatsen zijn een hybride van verschillende functies en niet zomaar over een kam te scheren. Een aanknopingspunt voor beleid kan worden gevonden in de lessen die we kunnen leren van 30jaar broedplaatsen in Berlijn waar na de val van de muur grassroot plekken als Prinzessinnengarten, Ex-rotaprint en Holzmarkt in belangrijke mate hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de stad. Zij vormen nu drie van meerdere voorbeelden van grote herbestemmingsprojecten waar maatschappelijke doelen en vastgoedontwikkeling hand in hand gaan door nieuwe modellen voor organisatie en financiering.[3] En waar momenteel ervaring opgedaan met nieuwe beheer- en verdienmodellen.

Zouden deze effecten ook doelbewust en doelgericht kunnen worden ontwikkeld door middel van broedplaatsbeleid? Kan een democratische samenleving transparante beleidsruimte maken voor broedplaatsen en haar democratische principes nog hoog houden? Een reële en lastige vraag. Want broedplaatsen zijn inherent onzeker en verantwoording afleggen over onzekere zaken is moeilijk. Het gaat tenslotte om ‘middelen’ die een broedplaats mogelijk moeten maken zoals ruimte en regelluwte waar een overheid zorgvuldig mee om moet gaan.

Een mogelijk aanknopingspunt is een nieuw concept geïntroduceerd door minister van Staat Tjeenk Willink: het publieke ambt. Overheidsbesluitvorming kenmerkt zich door gedetailleerde voorwaarden, vooraf vastgesteld door een overheid die zich in de praktijk veelal laat sturen door marktprincipes zoals efficiëntie en kostenbesparingen die met het initiatief gerealiseerd zouden moeten worden. ‘Met de publieke ruimte als slachtoffer’, aldus Herman Tjeenk Willink[4]. Fundamentele broedplaatsen zitten gevangen in dezelfde spanningsvelden en ondergaan niet zelden hetzelfde lot.

Dat hoeft niet zo te lopen. Door broedplaatsen te beschouwen als publiek ambt ontstaat een helder afwegingskader voor beleid. Plat gezegd: ruimte voor experiment kan makkelijker gegeven worden wanneer een broedplaats de publieke doelstellingen en democratische besluitvorming van de maatschappij spiegelt. De gereedschappen om die ruimte te geven worden al op allerlei gebieden toegepast, zoals vastgoed beschikbaar stellen door middel van erfpacht, juridische verhoudingen vastleggen via sociaal aandeelhouderschap en democratische principes waarborgen waaronder transparante besluitvorming en publieke verantwoording, bijvoorbeeld in de vorm van een sociaal jaarverslag. Door deze gereedschappen met een beroep op het publieke ambt ook in te zetten voor fundamenteel experiment kan effectief broedplaatsbeleid worden vormgegeven voor broodnodige vernieuwing in stad en land.


[1]      Thomas McGovern: Why Did Greenland’s Vikings Vanish? (https://www.smithsonianmag.com/history/why-greenland-vikings-vanished-180962119/), Jared Diamond: Collapse (ISBN 9780241958681).

[2]      https://open.decorrespondent.nl/10813/een-brief-aan-alle-nederlanders-klimaatverandering-bedreigt-het-voortbestaan-van-ons-land/3369711093210-f2fe13eb/app-open

[3]      https://vicvivero.net/Citizen-urbanism

[4]      Herman Tjeenk Willink, Groter Denken Kleiner Doen (ISBN 9789044639773)